Terugblik met Ad de Jong: bouwen aan de toekomst van Waalwijk
De afgelopen vier jaar was Ad de Jong als wethouder nauw betrokken bij woningbouw in onze gemeente. In die periode werden woningbouwplannen versneld en belangrijke stappen gezet voor Landgoed Driessen fase 2. Ook kreeg de koppeling tussen wonen en mobiliteit steeds meer vorm. Nu zijn bestuursperiode ten einde loopt blikt hij terug op de resultaten, de uitdagingen en de keuzes die nodig waren om onze gemeente klaar te maken voor de toekomst.

“We moesten van zachte plannen harde plannen maken”
Als je terugkijkt op jouw periode als wethouder, heb je dan het gevoel dat je hebt kunnen bijdragen aan de woningbouwopgave?
“Absoluut. Toen ik begon wisten we dat we moesten bouwen, maar veel plannen waren nog niet ver genoeg uitgewerkt. De eerste opgave was om die planvoorraad van zacht naar hard te krijgen. Plannen moesten voldoende voorbereid zijn om uiteindelijk besluitvorming mogelijk te maken.
Daar komt veel bij kijken. Onderzoeken naar verkeer, parkeren, water, natuur en stikstof, maar ook participatie met inwoners. Ik heb vanaf het begin gezegd: we moeten tempo maken. Niet omdat ik zelf als wethouder nog alle resultaten zou zien, maar omdat woningbouw een lange adem vraagt.
Het wethouderschap is te kort om de resultaten van die inspanningen te zien. Wat telt is dat er een stevig fundament met ongeveer 3.000 geplande woningen. En er staat nu een sterke basis voor de verdere ontwikkeling van de gemeente. Hiermee kunnen toekomstige bestuurders voortbouwen.”
“Ik zag strengere regels aankomen”
Landgoed Driessen fase 2 komt vaak terug als belangrijk project. Waarom was dat zo’n prioriteit?
“Ik zag al vroeg dat regelgeving rondom stikstof, natuur en water steeds belangrijker zou worden. Daarom vond ik dat we snelheid moesten maken. Ook in de omgevingsvisie, waarin we vastleggen hoe onze gemeente zich op lange termijn ontwikkelt, moesten we rekening houden met die ontwikkelingen. Als je te lang wacht, loop je het risico dat nieuwe regels ontwikkelingen veel moeilijker of zelfs onmogelijk maken.
Landgoed Driessen fase 2 gaat uiteindelijk om ongeveer 1.000 woningen. Dat is voor Waalwijk een belangrijke uitbreiding. Daarom heb ik veel energie gestoken in het verkrijgen van steun vanuit de regio Breda-Tilburg en vanuit de provincie. Uiteindelijk werd het project aangewezen als één van de belangrijke locaties voor de versnelling van de woningbouw in de regio. Dat was een belangrijk moment.”

Tegelijkertijd merk je dat gemeenten niet alles zelf in de hand hebben.
“Dat klopt. Wij kunnen binnen de gemeente veel regelen. Maar uiteindelijk ben je ook afhankelijk van de provincie, het Rijk en Europese regelgeving. Dat zie je bijvoorbeeld bij stikstof.
Neem het ETZ-terrein. Daar hebben we de procedure voor het bestemmingsplan in ongeveer veertien maanden doorlopen. Dat is uitzonderlijk snel voor een project van die omvang. Vervolgens is het project vertraagd door de stikstofregelgeving. Dat laat zien hoe ingewikkeld en afhankelijk woningbouw tegenwoordig is geworden.
Het laat ook zien dat verschillende belangen steeds vaker met elkaar botsen. Natuur is belangrijk en daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Maar Nederland is ook één van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Dan moet je soms keuzes durven maken. Uiteindelijk hebben mensen ook een woning nodig.”

“Veel werk gebeurt buiten het zicht van inwoners”
Wat zien inwoners eigenlijk niet van het werk achter woningbouwprojecten?
“Heel veel. Je moet vooruitdenken, sturen, verbindingen leggen en investeren in relaties. Voor mij was het netwerk met de hogere overheden ontzettend belangrijk.
Ik heb veel gesprekken gevoerd met gedeputeerden, woningcorporaties, ontwikkelaars en partners in de regio. Soms tijdens een formeel overleg, maar soms ook gewoon voor of na een vergadering bij de koffieautomaat. Juist daar kon ik uitleggen waarom een project belangrijk is voor onze gemeente bij de gedeputeerde en de minister.
Voor Landgoed Driessen fase 2 hebben we daar echt de vruchten van geplukt. Op een gegeven moment kregen we geen ‘nee’ meer, maar een deur die op een kier werd gezet. Dat gebeurde door het besluit van het college van de Gedeputeerde Staten. Zij ging akkoord op hoofdlijnen. Voor zo’n project is dat een belangrijke stap.”
Dat zijn processen waar inwoners weinig van meekrijgen.
“Ja, terwijl ze uiteindelijk wel grote gevolgen hebben. Veel van dat werk gebeurt achter de schermen. Daar worden verbindingen gelegd en wordt steun georganiseerd. Uiteindelijk bepaalt dat mede of projecten verder kunnen.”
“Wonen en mobiliteit horen bij elkaar”
Naast woningbouw heb je ook veel aandacht besteed aan mobiliteit. Waarom zijn die twee zo sterk met elkaar verbonden?
“Als je meer woningen bouwt, moet je ook nadenken over hoe mensen zich verplaatsen. Zeker als je meer gaat verdichten.
Hiervoor ligt de weg niet in het bestraffen van autobezit. Maar we moeten wel zorgen voor goede alternatieven. Waalwijk heeft geen treinstation en onze verbindingen voor openbaar vervoer konden duidelijk beter. Daarom is er vanuit ons in regionaal verband gepleit voor een nieuw vervoersconcept tussen Den Bosch, Waalwijk en Tilburg.
Daaruit zijn onder meer de plannen voor mobiliteitshubs ontstaan. Plekken waar verschillende vormen van vervoer samenkomen: bus, deelvervoer, fiets en auto.”
Daar zijn ook flinke investeringen mee gemoeid.
“Klopt. Juist omdat we wonen en mobiliteit aan elkaar wisten te koppelen, hebben we samen ongeveer 30 miljoen euro subsidie binnengehaald. Daar ben ik trots op.
Daarmee zetten we stappen op een onderwerp waar Waalwijk al lang behoefte aan heeft. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen prettig kunnen wonen én zich goed kunnen verplaatsen.”

“Ik ervaar nu zelf wat doorstroming betekent”
Je staat zelf ook aan de vooravond van een verhuizing. Heeft dat jouw kijk op wonen veranderd?
“Ja, zeker. Mijn vrouw en ik gaan verhuizen naar het centrum van Waalwijk. Daar zitten voorzieningen dichtbij: winkels, horeca, Theater De Leest en ontmoetingsplekken.
Je merkt dat afstand invloed heeft op hoe vaak je ergens gebruik van maakt. Als iets dichtbij is, stap je makkelijker op de fiets of loop je er even naartoe. Dat gaat straks voor ons ook gelden.”
Geeft dat ook een ander perspectief op doorstroming?
“Absoluut. Doorstroming klinkt vaak als een beleidswoord, maar uiteindelijk gaat het over mensen. Als iemand verhuist naar een woning die beter past bij zijn levensfase, ontstaat er beweging op de woningmarkt. Daardoor komen er weer kansen voor andere woningzoekenden.
Dat is precies waarom doorstroming zo belangrijk is.”
Waar kijk je met de meeste tevredenheid op terug?
“Ik wist van tevoren dat ik niet alles binnen één bestuursperiode zou kunnen afronden. Maar ik hoop dat ik goede randvoorwaarden heb kunnen creëren. Dat er niet alleen plannen zijn gerealiseerd, maar ook nog plannen klaarliggen. Zo kunnen projecten verder ontwikkeld worden, waarmee Waalwijk de volgende stap naar de toekomst kan zetten.
Als dat lukt, dan kijk ik met tevredenheid terug.”


