Speech burgemeester Kleijngeld Dodenherdenking 4 mei 2019

Waar nu de kruising Grotestraat-Tempelierstraat ligt, stond vroeger de Waalwijkse synagoge. ‘Das war einmal’, zou je met een dosis venijn richting de nazi’s kunnen opmerken. Nu staat er een gedenksteen ter herinnering aan de joodse gemeenschap die tijdens de oorlog is omgebracht.

Waalwijk telt in 1940 een vijfentwintigtal joodse inwoners. De kleine gemeenschap speelt een belangrijke rol in de Waalwijkse schoen- en lederbranche. Gompen, Bloch&Stibbe en Hartog zijn hier bekende namen geweest. Vooral in de Mr. van Coothstraat wonen verschillende joodse families. Iets meer dan de helft van de 25 zal de bevrijding in 1944 meemaken. Enkele families overleven omdat ze op tijd onderduiken. Minder gelukkige joodse plaatsgenoten belanden in Dachau, Theresienstadt, Auschwitz of Sobibor en zullen de oorlog niet overleven.

Je kunt in de verkeerde tijd geboren zijn, zeggen we weleens. Of op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Over je eigen lot beschikken is er dan niet of nauwelijks bij. Het geldt bij uitstek voor de joodse gemeenschap in het algemeen en hier, vanavond in het bijzonder voor de joodse inwoners in Waalwijk. Het lot van Leo Guthmann, dat ik vanavond met u wil delen, spreekt wat dat betreft boekdelen.

De ouders van Leo Guthmann wonen in 1871 in Metz, toen nog een Duitse stad. Na de Eerste Wereldoorlog wordt Metz weer Frans. Duitse inwoners worden Frankrijk uitgezet. Berooid arriveert de familie in Frankfurt, waar pa een baantje in een schoenfabriek krijgt. In 1932 lijkt de familie de eerdere ramp te boven. Ze krijgen een ruimere woning en hun oudste zoon Leo is inmiddels bedrijfsleider van een vooraanstaande Duitse schoenfabriek geworden. Maar een jaar later staan de Guthmanns opnieuw aan de verkeerde kant van de geschiedenis. De nazi’s komen aan de macht en de Duitse joden merken het al snel aan den lijve. Leo wordt gearresteerd en na een nacht in de cel neemt hij het besluit om het land zo vlug mogelijk te verlaten. Als kei in zijn vak kan hij op verschillende plaatsen terecht. Hij kiest voor Nederland, waar het Waalwijkse Bloch&Stibbe hem in 1934 als bedrijfsleider aanstelt. Al snel is hij er officieel onderdirecteur. Ook buiten de fabriek is hij actief. Voor zijn rekening wordt de jarenlang verwaarloosde synagoge in 1935 gerestaureerd en feestelijk heropend. Wat later laat hij ook zijn familie vanuit Duitsland naar Waalwijk komen.

Op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats. De bezettingstijd haalt het leven van Leo opnieuw  in. In 1941 nemen de Duitsers verschillende maatregelen om de joden te isoleren en hun bedrijven over te nemen. Ook Bloch&Stibbe/Hollandia ontkomt niet aan een vijandige overname. Weer is Leo zijn baan kwijt. Hij vindt werk in Amsterdam maar blijft vanwege zijn ouders in Waalwijk wonen. Een jaar later wordt hij benoemd tot lokaal vertegenwoordiger van de Joodse Raad in Waalwijk. Het betekent dat hij zelf voorlopig van deportatie is vrijgesteld. Het vuile werk van de ‘entlösung’ is door de bezetters slim georganiseerd. Als vertegenwoordiger van de Joodse Raad moet Leo al na enkele dagen zes leden van zijn gemeenschap meedelen dat ze zich klaar moeten maken om naar doorgangskamp Westerbork te vertrekken. Bijna iedereen gelooft dan nog dat de joden naar werkkampen worden vervoerd, waar ze, weliswaar verplicht en in een streng regime, de handen uit de mouwen moet steken. Ze krijgen van de Duitsers uitvoerige instructies mee over hun bagage. Want om de orde te bewaren moeten de slachtoffers – tot op de drempel van de dood – in de waan worden gelaten dat er hoop is.

De Guthmanns vertrouwen het niet. Met Leo vaak in Amsterdam is moeder kwetsbaar. Het is veiliger om haar onder te brengen bij de zusters JMJ aan de Grotestraat. Daar sterft ze na enkele maanden een natuurlijke dood. Haar enorme bibliotheek wordt in kisten opgeslagen en belandt op de zolder van het raadhuis.

Na de dood van zijn moeder vestigt Leo zich officieel in Amsterdam. In 1943 trouwt hij er met de 24-jarige Rachel. Bij een grote razzia worden beiden opgepakt en naar doorgangskamp Westerbork getransporteerd. Geruchten over wat er écht plaatsvindt in de kampen doen dan al de ronde. In Westerbork wordt hij aan het werk gezet in de schoenmakerswerkplaats. In dit Drentse kamp krijgt het jonge echtpaar een dochtertje, dat ze Regina noemen.

In januari 1944 worden de Guthmanns naar Theresienstadt gedeporteerd. Ruim een half jaar later wordt Leo op transport gesteld naar Auschwitz. Een week later volgen Rachel en Regina. Ze hebben elkaar er niet meer gezien. Rachel en Regina worden direct na aankomst naar de gaskamer gestuurd. Leo ‘overleeft’ Auschwitz, waar hij als dwangarbeider aan het werk is gezet. Maar het einde van de oorlog is in zicht. In het oosten rukken de Russen op. De nazi’s proberen de sporen van hun grootste gruweldaden te wissen. Crematoria worden opgeblazen, barakken in brand gestoken. De gevangenen die nog kunnen lopen worden op dodenmarsen naar andere kampen gedwongen. Al na anderhalve week Auschwitz wordt Leo overgebracht naar Dachau, waar hij op 41-jarige leeftijd op 24 januari 1945 overlijdt.

Van de hele familie Guthmann overleeft alleen de jongste broer van Leo de oorlog. Ook hij heeft Duitsland op tijd verlaten, maar vertrekt niet voor Nederland, maar naar het tegenwoordige Israël. In dit land leven vandaag nog zes kleinkinderen van Leo’s broer.

Toeval of niet, maar hier in Waalwijk beschikken we nog altijd over foto’s, brieven, telegrammen, een handgeschreven vocabulaire Frans-Duits, een poësie-album en een aantal muziekpartituren. In het Israëlische Haifa woont een kleindochter van Leo’s broer, Hadar Guthmann, die nauw verbonden is met de geschiedenis van haar familie. Onze heemkundekring wil de papieren van de Guthmanns graag aan haar overhandigen. Samen gaan we aan het werk om haar op 30 oktober aanstaande, op de dag af 75 jaar na de dag dat Waalwijk is bevrijd, naar hier te halen om haar de papieren van haar familie persoonlijk te kunnen overhandigen.

Vanavond herdenken we Leo Guthmann, alle andere slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en latere vredesmissies. Dat zij rusten in vrede.

N.B. De tekst is ontleend aan een artikel van Ineke van den Houdt-Swinkels in De Klopkei, 38e jaargang, 3e kwartaal 2014.