Speech burgemeester Kleijngeld Dodenherdenking 4 mei 2018

Wat zou jij doen?

Het is 1941. Jenneke, moeder van vier kinderen, staat te wachten op station Lage Zwaluwe. Een witte zakdoek in haar hand geklemd: een boodschap. De trein komt. De trein gaat. De vrouw keert tevergeefs terug naar huis, naar Sprang-Capelle. Maar een week later is ze er weer. Dit keer stapt er een Joods jongetje uit Amsterdam het perron op. Nog geen drie jaar oud, een onzekere toekomst tegemoet...  

 “Wat zou jij doen?”. Dat is de meest gehoorde vraag die leerlingen na een les over onderdrukking en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgen. Die vraag is gemakke­lijk gesteld. Té gemakkelijk. Er zijn maar weinig mensen die openlijk durven te bekennen dat ze níét zouden helpen wanneer hun gevraagd wordt een Joods kind een schuilplaats te bieden. En belangrijker is dat zo’n vraag pas écht betekenis krijgt, wanneer je probeert je in te leven in de complexe omstandigheden waarin zulke besluiten genomen werden.

Stel je voor: de oorlog duurt al meer dan een jaar. De familie Van Tilborgh heeft er ineens een peuter bij. Ze noemen hem Bert. Alleen: vier blonde zoons en dochters, en één zwartharig jochie binnen hetzelfde gezin: dat valt, zeker in de huidige omstandigheden, nogal op. Dus worden de twee schoolgaande broers, net als Bert, om de haverklap kaalgeschoren. Met als plausibel excuus: hoofdluis, het heerst.

Vanuit het heden bezien lijkt het allemaal zo logisch, verantwoord en spannend: er is een vijand, je ziet hoe onrechtvaardig de wereld is geworden en je komt in verzet. Maar de werkelijkheid was vaak minder simpel en spectaculair. Mensen die besloten om een onderduiker te huisvesten, riskeerden ernstige vergeldingsmaatregelen, en niet alleen voor zichzelf.

Terug naar Sprang-Capelle. Wie er heult met de vijand is dan al een min of meer publiek geheim in het dorp. Vader Toon maakt van zijn hart geen moordkuil en stapt, als ‘onze Bert’ bij hen in huis is gekomen, meteen op de overbuurman af. Want die zit bij de NSB. Met het nodige overwicht brengt hij de man aan het verstand dat die maar beter niet voor problemen kan zorgen met betrekking tot het verblijf van hun nieuwe ‘zoontje’.

De motieven die mensen in de Tweede Wereldoorlog hadden om het risico van bestraffing, soms zelfs met de dood, toch te nemen, liepen sterk uiteen. Vaak was een daad van verzet het laatste wat overbleef om familieleden of kameraden te helpen. Voor anderen vormde de illegaliteit de enige uitweg om te kunnen overleven. Om te ontkomen aan honger en kou, aan razzia’s en deportaties. En enkelen, zoals de familie Van Tilborgh, voelden vanuit hun geloof de innerlijke drang om een onbekend jongetje te redden van een ongetwijfeld vreselijk lot. Een moedig besluit. Wat zou jij doen?

Het leven gaat hier in de oorlogsjaren ogenschijnlijk zijn dagelijkse gang. Als de Duitsers het dorp doorzoeken, wordt Bert onder het bed verstopt. Soms ook in de voorraadkelder, waar hij zich stiekem tegoed doet aan de daar opgeslagen appeltjes. Tijdens één zo’n verblijf ziet hij, klein als hij is, door het raam een Duitse soldaat een ander doodschieten. Dat beeld zal hem zijn leven lang niet meer loslaten.

Zijn leven lang. Inderdaad. Want in totaal overleefden zo’n 16.000 Joden die verborgen werden de oorlog in Nederland. Waaronder 4.000 kinderen. Inclusief Bert. Of Dov Frohman, zoals zijn eigenlijke naam luidt. Hij is nu 79 jaar oud en heeft een indrukwekkende internationale carrière in de technologie achter de rug. De relatie met zijn Nederlandse oorlogsgezin is hecht gebleven. Afgelopen februari bracht Dov met vrouw en dochter nog een bezoek aan de kelder in het voormalig ouderlijk huis aan de Nieuwevaart. Omdat hij vindt dat de geschiedenis doorgegeven moet worden. Nog altijd.

Geschiedenis. Tegen oktober 1944 wordt het voor het gezin Van Tilborgh te gevaarlijk om in hun eigen huis te blijven. Ze vluchten door het weiland naar een weduwe aan de Hoge Akkerweg. Een witte emmer in hun hand geklemd: een vrijgeleide. De langslopende troepen staken het vuren. Vader, moeder en de vijf kinderen brengen zich in veiligheid. Niet iedereen heeft zoveel geluk...

De echte ouders van Dov vonden, zoals zovelen, de dood in een vernietigingskamp. Verzetslieden en soldaten sneuvelden, ook in Sprang-Capelle. Onschuldige mensen werden meedogenloos vermoord. Wat zou jij doen? Wij leven in een land, en in een tijd, waarin we dergelijke keuzes: tussen leven en dood, van jezelf, van een ander, van je kinderen, níet hoeven te maken. Met dank aan degenen die dat – vóór ons, voor óns – wél deden. Daar staan we vandaag bij stil. Mogen zij rusten in vrede.  

Bronnen:

‘Verzet als voorbeeld’, Frank van Vree, Jaarthema 2018 Nationaal Comité 4 en 5 mei.

‘Leadership the hard way’, Dov Frohman, Robert Howard, 2008.

‘Gered in Sprang-Capelle’, Israëlbode, mei 2005.