Installatie raad 27 maart 2014

Installatie raad 27 maart 2014
Dames en heren,

Ik feliciteer u allen van harte met uw lidmaatschap van de gemeenteraad van Waalwijk. U hebt er allen hard aan getrokken. Het laatste half jaar is voor iedereen intensief geweest. En tegelijk spannend. Houden we onze twee, drie, vier of zes zetels? Kan één misschien toch twee worden, of twee misschien drie? Wat gaat Lokaal Belang doen? Ongewisse factor voor u allen is de invloed van de landelijke politiek. Hoe vertaalt de landelijke trend zich in de lokale verhoudingen? Je kunt het lokaal nog zo goed doen, wanneer het landelijk tegenzit, heb je daar veel last van. Hoe onrechtvaardig het ook is, elke gemeenteraadsverkiezing heeft er mee te maken. De kunst van de lokale politicus is om je er niets van aan te trekken en stug door te gaan. En dat doet u gelukkig ook.

Intussen mogen we ons zorgen maken over het opkomstpercentage. In 1994 brengt nog 65% van de Nederlandse kiezers zijn stem uit bij gemeenteraadsverkiezingen. Twaalf jaar later, in 2006, is het 58%. Vier jaar geleden, in 2010, 54%. Dit jaar is het 53%. In de gemeente Waalwijk heeft minder dan 45% van de kiezers zijn stem uitgebracht. We zouden slechte winnaars zijn wanneer we ons bij dit trieste cijfer zouden neerleggen. Sterke campagnes, oproepen om te gaan stemmen, folders uitdelen: het zet blijkbaar weinig zoden aan de dijk als het erom gaat om niet-kiezers de gang naar de stembus te laten maken. Ik pleit daarom voor een meer fundamentele analyse en houding om de inwoners bij hun publieke omgeving te betrekken. Ik vermoed dat de uitkomst ervan zal zijn dat de politiek niet alleen op de dag van de verkiezingen, maar drie volle jaren en driehonderdvierenzestig dagen lang moet laten zien dat ze haar inwoners echt serieus neemt.

‘Er is iets vreemds aan de hand met de democratie: iedereen lijkt ernaar te verlangen, maar niemand gelooft er nog in.’ Dit citaat is van de hand van de Vlaming David van Reybrouck, vooral bekend vanwege het succes van zijn boek Congo. Een geschiedenis. Het is de openingszin van een nieuwe publicatie van de Belg: Tegen verkiezingen. Het boekje is een half jaar na verschijnen al aan zijn vijfde druk toe. Van Reybrouck spreekt over het democratisch vermoeidheidssyndroom. Hij poneert dat we verkiezingen en democratie tot eenduidige begrippen hebben gemaakt: verkiezingen = democratie. En toont vervolgens aan dat dit op een grove vergissing berust. Het meest democratische middel om een publiek ambt te mogen bekleden is niet kiezen, maar … loten.
Dat kan niet, zult u vervolgens zeggen. Daarvoor is de samenleving te complex geworden.
Er is vooral deskundigheid nodig. Van Reybrouck neemt de tijd om alle tegens één voor één te weerleggen. Ik nodig u uit om het boekje (ruim 160 bladzijden) eens te lezen. U krijgt het van mij straks allemaal cadeau. En om bij de lokale situatie te blijven. U voldoet dan ook aan een pleidooi van de columnist van weekblad De Waalwijker, die afgelopen zondag de lokale politici uitnodigde om naar de bibliotheek te gaan en het boekje van Van Reybrouck eens te lezen.
Hoe het ook zij, mijn pleidooi is om vooral ‘zaken te doen met de inwoners’. Laten we als raad meer sturen op het opbouwen van gezag dan op het gebruikmaken van macht. Laten we zelf een stapje terugdoen om de inwoners zelf meer kansen te geven. Het klinkt bekend, maar meer ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’ betekent nogal wat. Het respect voor de lokale politiek dat daaruit kan voortvloeien, zou weleens belangrijker voor een hogere opkomst kunnen zijn dan alle campagnes van raad en burgemeester bij elkaar.

Een ander belangrijk onderwerp, dat ik zou willen aansnijden, is integriteit. Te vaak en in te veel gemeenten komen integriteitskwesties voor.
Dat zouden we in Waalwijk moeten voorkomen. Op mijn verzoek is in het jaar 2012 veel aandacht aan dit onderwerp besteed. En iedereen heeft actief meegedaan: de verschillende afdelingen van de gemeentelijke organisatie,
het college van B&W en de gemeenteraad zelf. De rode draad wanneer het over integriteit gaat is simpel: ‘Laten we het er samen over hebben’. Het gaat volgens mij niet zozeer om de formele regels als wel om de vraag: ‘Waar loop je tegenaan?’ Wat heb ik tijdens een verjaardagsfeestje losgelaten, wat beter niet gezegd had kunnen worden?’, ‘Hoe ga ik om met het lidmaatschap van een maatschappelijke organisatie in verhouding tot mijn raadswerk?’, ‘Welke beloftes doe ik in verhouding tot wat ik kan waarmaken?’ ‘Welke fouten heb ik gemaakt en hoe voorkom ik dat een volgende keer?’ Mijn pleidooi is om dit geregeld en openlijk met elkaar te bespreken. Ik stuur erop om dit op elke plek in de organisatie tot een normaal proces te maken en kan daarbij de medewerking van de gemeenteraad niet missen. In overleg met de griffie wordt deze zomer een bijeenkomst over integriteit met de gemeenteraad gepland. Ik stel voor dat een werkgroep uit de raad deze bijeenkomst mee voorbereidt.
Ik maak van de gelegenheid gebruik om mee te delen dat kandidaat-wethouders een integriteitstoets gaan afleggen. Ik volg in dezen het dringende verzoek van de Commissaris van de Koning, Wim van de Donk, aan alle Brabantse burgemeesters om hieraan mee te werken. Vanwege de objectiviteit wil ik daarbij gebruikmaken van externe hulp.

Dames en heren. Ik realiseer me dat ik twee ‘zware’ onderwerpen naar voren heb gebracht. Laat ik daarom afsluiten met een keerzijde van het raadslidmaatschap. Werken als volksvertegenwoordiger is uiteindelijk een prachtjob, waarmee je respect van inwoners kunt afdwingen en waaruit je zelf veel voldoening kunt putten. Ik wens u allen de komende vier jaren heel veel succes. Ga ervoor.