Herdenking fusillade burgemeester Moonen en Joop Hoffmans - 6 september 2014

Herdenking fusillade burgemeester Moonen en Joop Hoffmans 6 september 2014
Dames en heren, hartelijk welkom.

Het is vandaag exact 70 jaar geleden dat drie onschuldige Waalwijkers werden terechtgesteld, een gebeurtenis die in de geschiedenis van onze gemeente een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Vandaar dat we daar nu bij stil staan. Een bijzonder woord van welkom aan de nabestaanden van de familie Hoffmans en nabestaanden van oud-burgemeester Moonen, en de vertegenwoordigers van scholengemeenschap De Overlaat, de school die zich sinds 2009 heeft verbonden met dit herdenkingsmonument.

Wij gaan straks de plaquette onthullen met het gedicht dat stadsdichter Hans Branderhorst heeft gemaakt en dat voor altijd bij het monument zal voortbestaan.

Ik wil allereerst het verhaal vertellen dat de aanleiding is voor onze aanwezigheid hier vandaag. Toegegeven, dat verhaal heb ik vijf jaar geleden ook verteld en het is intussen niet veranderd. Maar: ik vind het erg belangrijk dat het niet verloren gaat, het is een wezenlijk onderdeel van de Waalwijkse geschiedenis. Daarnaast is het verhaal vandaag de dag nog steeds actueel, ik hoef maar een verwijzing te maken naar de situatie in Syrië en de IS-strijders. Ook daar laten onschuldige mensen het leven, omdat ze simpelweg op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn.

Terug naar 70 jaar geleden. Op 6 september 1944 - om 13.37 uur - werden achter het gemeentehuis van Waalwijk drie onschuldige mensen zonder enig vorm van proces terechtgesteld als vergelding door de Duitse bezettingsmacht: 
Burgemeester E.C.J Moonen, 68 jaar;
Vincent Hoffmans, 25 jaar;
Joop Hoffmans, 18 jaar.

Medio 1941 bereikt burgemeester Eduard Moonen de pensioengerechtigde leeftijd. Men verwacht dat hij zijn ambt zal neerleggen. Een niet onbelangrijke bijkomstigheid is dat met ingang van 1 september van dat jaar het zogenaamde leidersbeginsel zou worden ingevoerd. Gemeenteraden zouden worden opgeheven en de functie van wethouder werd in belang sterk beperkt. Burgemeester Moonen blijft in 1941 op zijn post. Zou hij dit niet gedaan hebben, dan zou een NSB-burgemeester zijn plaats hebben ingenomen. En dat was de slechts mogelijke optie in een tijd waarin de Duitse bezetting steeds grimmiger werd.

Laveren tussen ‘goed’ en ‘fout’, daar kwam het in die tijd op aan. Duitse bevelen uitvoeren en ondertussen proberen zo veel mogelijk zaken te regelen die in het belang waren van de bevolking van Waalwijk.

Een mooi voorbeeld is de toentertijd geldende regel dat leden van de vrijwillige brandweer niet in Duitsland tewerkgesteld zouden worden. Door Moonens manier van omgaan met deze regel telde het Waalwijkse brandweerkorps op enig moment tijdens de bezetting meer dan 100 man.

In 1943 namen de Duitsers het besluit Moonen de laan uit te sturen. Het lukte hen echter niet om direct een opvolger aan te wijzen. De Brabantse commissaris van de koningin Van Rijckevorsel nam zijn kans waar en herbenoemde Moonen met onmiddellijke ingang.
Zo werd burgemeester Moonen op 19 mei 1944 als ‘tijdelijk waarnemer’ herbenoemd als burgemeester van Waalwijk.

6 juni 1944. D-day (Decision-day).
De geallieerden doen een geslaagde poging om in Normandië te landen op het bezette vasteland van Europa. De triomfantelijke opmars richting Duitsland begint. Ruim drie maanden later -  5 september 1944 - is het ‘dolle dinsdag’. Het begint erop te lijken dat de bevrijding van Nederland eraan zit te komen.
Breda zou al bevrijd zijn, zo ging het gerucht.
In Waalwijk worden de woningen van enkele NSB-ers geplunderd tot de politie ingrijpt. De realiteit is zuur. Gaande de dag blijkt van bevrijders taal noch teken.

De volgende dag - het is 6 september 1944/vandaag exact 70 jaar geleden - wordt de meest traumatische dag voor Waalwijk. En de laatste dag in het leven van burgemeester Moonen en een van de broers Hoffmans.

De vorige dag waren een aantal NSB-ers en Landwachters door het verzet gearresteerd.
De echtgenotes van twee landwachters doen hun beklag bij de burgemeester. Hij kan hen niet verder helpen. De tragedie is begonnen. De beide vrouwen ontmoeten een bataljon Nederlandse SS-ers, toevallig in Waalwijk op weg naar het front bij Antwerpen.
Ze zijn in een grimmige stemming. Woedend over de Nederlandse vlaggen die ze onderweg overal tegenkomen. Kort ervoor schieten ze in Vlijmen op een menigte en doden daarbij drie mensen, waaronder een jongetje van amper zeven. De vlaggen in Waalwijk ergeren ze mateloos. Men wil ze weghalen. En hierbij doen de beide vrouwen hun beklag over het verdwijnen van hun mannen. Een van de SS-ers stormt met getrokken pistool de kamer van de burgemeester binnen. Hij eist dat de vrouwen geholpen worden.
Op dat moment arriveert zijn superieur, Hauptbahn Führer Maasz, in het centrum van Waalwijk en bemoeit zich met de zaak.

Moonen krijgt een ultimatum. Moonen is burgemeester dus mag je verwachten dat hij weet waar de gearresteerde Landwachters zijn. Intussen raakt het geduld van Maasz snel op. Een van de vrouwen meldt dat een jongen van Hoffmans bij de affaire betrokken is. SS-ers trekken op naar het huis van de familie Hoffmans, dat door de vrouwen is aangewezen.
Ze sleuren de 25-jarige Vincent en zijn 18-jaar oude broer Joop het huis uit. De vrouwen hebben het mis - een neef van beide broers was bij de ontvoering van de Landwachters betrokken - en de beide broers kunnen dan ook niet melden waar de Landwachters waren. Maasz besluit de beide jongens en de burgemeester midden op het Raadhuisplein te zetten. Het is intussen half twaalf als hij een ultimatum stelt: “Ik wacht tot één uur. Als ze er dan niet zijn, ga ik over tot executie van de drie gijzelaars.”

Rond 12 uur worden er voorbereidingen getroffen voor de aanstaande executie. Piet Lenglet, een jonge arts, meldt dat de Landwachters binnen korte tijd vrij zullen komen. ‘Hoe hij aan die informatie kwam?’, wilden de Duitsers weten. Toen er niets gebeurde, werd ook Lenglet gedwongen bij de drie anderen te gaan staan. De klok tikt onverbiddelijk verder. Ik citeer uit ‘Waalwijk en de wereldoorlog’ van Jack Didden en Jan van Oudheusden. “De najaarszon brandde ongenadig op de hoofden van de vier wachtende mannen: dokter Lenglet, met van angst vertrokken gezicht.’
 
Vincent Hofffmans, schijnbaar onbewogen, zijn broer Joop met zijn handen lusteloos langs zijn lichaam hangend en burgemeester Moonen, de oud-officier, kaarsrecht en met opgeheven hoofd.”

Moonen slaagt er bij de Duitsers in om dokter Lenglet te laten gaan. Hij is leider van een Rode Kruisploeg die door internationaal recht wordt beschermd.

Het is kwart voor één. Op aandringen van Moonen mag deken Heezemans de veroordeelden moed inspreken. Omdat mevrouw Moonen vanuit de ambtswoning aan het Raadhuisplein alles kan volgen, vraagt hij om de executie achter het gemeentehuis  te laten plaatsvinden. Precies om zeven minuten over half twee klinkt het bevel ‘Feuer’ en sterven twee van de drie tot de dood veroordeelden. Als door een wonder overleeft Vincent de executie en het genadeschot.

Mogen zij rusten in vrede!