Dodenherdenking Jan de Roijmonument in Sprang-Capelle

Dodenherdenking
Speech tijdens dodenherdenking bij Jan de Rooijmonument in Sprang-Capelle op 4 mei 2015

Een Joods spreekwoord luidt:
“Proberen te vergeten, verlengt alleen de ballingschap. Het geheim van de verlossing ligt in de herinnering.”

Dit spreekwoord gebruikte de Duitse bondspresident Richard von Weizsäcker bij de herdenking van 40 jaar bevrijding van de nationaalsocialistische tirannie, in mei 1985. Hij overleed afgelopen januari. Inmiddels is het 70 jaar geleden dat heel Nederland werd bevrijd. Dankzij de inzet van internationale en binnenlandse strijdkrachten, die - met gevaar voor eigen leven - vochten voor onze vrede en onze toekomst.
Vandaag staan we stil bij hen die sneuvelden.

Want onze vrijheid is niet vanzelfsprekend.

Veel slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog waren onschuldige burgers, mensen die in anonimiteit zijn omgebracht in concentratiekampen. Het is al erg genoeg dat miljoenen mannen, vrouwen en kinderen moesten sterven vanwege een misdadige ideologie, of domweg omdat ze in de weg stonden.
Het minste dat we kunnen doen is hen herdenken. Vergetelheid zou een laatste vernedering zijn.

Terug naar het Joodse spreekwoord: De verlossing ligt in de herinnering.

Dus zijn er persoonlijke geschiedenissen nodig, al zijn ze nog zo pijnlijk. We moeten concrete verhalen vertellen om die van generatie op generatie door te geven. En ze in stand te houden. Verhalen over systematische uitroeiing, over bombardementen, over de hongerwinter, over het verzet, over de ontberingen. Dat zijn we verplicht aan de generatie die de gruwelen van geweld, onderdrukking en vervolging zelf heeft meegemaakt.
We zijn het verplicht aan soldaat Albert Laubenstein. Hij wordt geboren op 28 maart 1914 in Saskatoon in Canada. In 1940 komt hij terecht in het Canadese leger. Een jaar later komt het moment waarop hij naar Europa vertrekt en in verschillende artillerie-eenheden zijn militaire plicht vervult. Het lijkt erop dat hij het er levend vanaf zal brengen.
Tenslotte is het al januari 1945. Er wordt over gesproken dat de oorlog snel voorbij zal zijn. De nazi’s zijn aan het einde van hun latijn.
Hij schrijft het zijn familie in Canada. Dan raakt het Lincoln en Welland Regiment, waarvan hij inmiddels deel uitmaakt, betrokken bij de Strijd om Kapelsche Veer. Van het regiment verliezen 50 mannen het leven, waaronder Private Albert Laubenstein. Op 26 januari 1945 wordt hij in een slagveldgraf in de directe omgeving begraven. Hij is dan 30 jaar oud.
69 jaar later - in juni 2014 – worden zijn stoffelijke resten met behulp van een metaaldetector langs de zuidoever van de Maas ontdekt. Net als een Canadese medaille, acht 9mm patronen en een zilveren zegelring. Op de ring staat de letter G. Het is waarschijnlijk een erfstuk van Laubensteins vader, George, die in 1942 overleed, terwijl Albert al in Europa is. We weten weinig over hem. Vanmorgen lag op mijn bureau een mailtje van een familielid. “I’m afraid I know very little about him, I do know that he had no children and was unmarried. Komende woensdag, ruim 70 jaar na zijn overlijden, krijgt Private Albert Laubenstein in Bergen op Zoom in het bijzijn van zijn familie een officiële herbegrafenis.  

Terug naar het Joodse spreekwoord van daarnet: Want proberen te vergeten helpt nooit.

De geschiedenis herhaalt zich niet. Daarvoor zijn de meeste gebeurtenissen te uniek – en sommige te verschrikkelijk. Maar er zijn wel patronen te herkennen. Door de oorlogsverhalen levend te houden, door te blijven herdenken, zijn we in staat signalen te onderscheiden die gevaarlijk zouden kunnen zijn voor onze rechtsstaat en democratie. Die kunnen leiden tot het verdwijnen van tolerantie en respect.

Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst.

De ooggetuigen van de barbaarsheden uit de Tweede Wereldoorlog zijn na 70 jaar vrijwel verdwenen; onze bevrijders zijn op leeftijd of dood. Maar de gebeurtenissen blijven zelfs na al die tijd in ons geheugen gegrift. We kunnen leren van het verleden. We móéten leren van het verleden. Door de herinnering als gids voor de toekomst te gebruiken. Ook daarbij staan we stil vandaag. Ook daarom zijn we stil.
Gedenken we allen die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor ons zijn gestorven. Dat zij rusten in vrede.

Burgemeester Nol Kleijngeld