Videoboodschap burgemeester Kleijngeld (29-05-2020)

Houd vol, vóór elkaar en mét elkaar.

Bekijk de videoboodschap over het coronavirus van burgemeester Kleijngeld op Facebook of YouTube:

Facebook 

YouTube

Lees je de boodschap liever? Hieronder vind je de uitgeschreven tekst van de boodschap.

Laten we samen volhouden

Waalwijkers, Sprang-Capellenaren en Waspikkers.

Het is een onwerkelijke tijd:

  • In februari leiden we nog een druk sociaal leven. Je geeft elkaar een hand. Misschien hug je elkaar. Je komt je vrienden tegen op school, bij de sportclub en bij evenementen. Je collega’s kom je tegen op je werk. En je familie op verjaardagen…
    De buurtvereniging, de kerk, het stadion, de zangclub, de carnavalsvereniging, de oranjecomité’s. Er zijn echt héél véél plekken waar we ons verbinden. Het is precies wat ons leven de moeite waard maakt.
  • En dan wordt het maart en zet het coronavirus ons hele leven van het ene op het andere moment totaal op z’n kop. Het heeft ons volledig in de greep. Hier, in Nieuw-Zeeland, in Italië. In New York. Wereldwijd.

Overal is er de vrees om besmet te raken. Vrees voor oude en kwetsbare mensen om ons heen, die levensgevaarlijk ziek kunnen worden. Vrees dat de ziekenhuizen het niet meer aankunnen. Onze regering neemt ingrijpende maatregelen. Er wordt met noodverordeningen gewerkt. Scholen, restaurants, sportvoorzieningen, kapsalons, tandartspraktijken, bijeenkomsten en evenementen. Ze worden allemaal gesloten of verboden. We zitten in de uitbraakfase. We moeten ons noodgedwongen “sociaal onthouden”. Overal is het hetzelfde devies:

  • “blijf en werk thuis”
  • Hou anderhalve meter afstand
  • en blijf – hoe moeilijk ook – echt uit de buurt van oude en kwetsbare mensen.

Onze politie en onze BOA’s staan samen aan de lat om toezicht te houden op de naleving van deze strenge maatregelen. Na een week voorlichten en waarschuwen heb ik aangekondigd dat er bij overtreding van de regels sneller bekeurd gaat worden. Niet om eens te laten zien hoe stoer we als overheid kunnen zijn. Het was noodzakelijk omdat onze ziekenhuizen de vraag naar intensieve zorg van doodzieke mensen niet meer aan zouden kunnen als het aantal dagelijkse coronabesmettingen zo snel zou blijven groeien.

Gelukkig houden de meesten van ons zich uitstekend aan de regels.

Voor een aantal van ons komt het virus heel dichtbij. Ook ik heb het verdriet gevoeld van de nabestaanden met wie ik heb gesproken na het overlijden van hun geliefden.

En tegelijkertijd:

  • Waar ik me al die tijd aan heb opgetrokken, zijn al die doorzetters in de gezondheidszorg. Voor deze helden maak ik een diepe buiging.
  • Waar ik trots op ben zijn onze boa’s en politiemensen die er elke dag van vroeg tot laat waren om de strenge gedragsregels te handhaven.
  • Waar ik blij van word zijn alle initiatieven binnen de gemeente, waaruit blijkt dat we ook in tijden van crisis betrokken en sociale mensen zijn: We leggen een “Hou Vol”-spandoek voor het verzorgingshuis. De horeca verzorgd maaltijden voor onze zorgmedewerkers. Moslems doen dat in de ramadanperiode voor mensen die zich alleen voelen en het moeilijk hebben.
  • Ik word enthousiast van alle creativiteit waarmee onderwijzers het thuisleren hebben gestimuleerd en “hun” kinderen digitaal zijn blijven begeleiden.

En zo is er nog veel meer.

Het is hartverwarmend. En het lijkt erop dat het ook heeft gewerkt. Dat we het virus onder controle beginnen te krijgen. Het aantal besmettingen en overlijdensgevallen daalt.

Dat is goed nieuws! Maar het is niet voorbij. Na twee maanden zitten we in een nieuwe fase van de coronacrisis. Noem het de “overgangsfase”. We mogen versoepelen. Scholen starten op. Je kunt weer naar de tandarts. Uit eigen ervaring mag ik melden dat je thuis niet meer onhandig met een tondeuse aan de slag hoeft. Er kan weer meer gesport worden.

Tegelijkertijd zijn juist in zo’n overgangsfase heel veel vragen. Waarom mag het ene wel en het andere nog niet?

Mijn enige antwoord is: niet alles kan tegelijk. Als we te snel alles weer openstellen, dan is het risico te groot dat het virus weer om zich heen grijpt en opnieuw veel meer slachtoffers maakt. We doen het daarom stap voor stap. En als alles goed blijft gaan, komt er steeds meer ruimte voor iedereen. Zo kunnen we straks weer – met anderhalve meter afstand - op het terras zitten, naar de sportschool gaan, wat drinken in de verenigingskantine, en naar het casino.

Het toezicht van onze BOA’s en de politie krijgt in deze overgangsfase andere accenten. Nu de regels ruimer worden laten we in ons toezicht de teugels ook wat vieren. We zetten nu vooral in op samenwerking met al die ondernemers, verenigingen en organisaties die hun best doen om de herstart van ons maatschappelijke leven veilig te laten verlopen. Waar we zien dat het mis gaat of mis dreigt te gaan, blijven politie en BOA’s uiteraard ingrijpen.

Veel is nog onzeker. Maar hou vol! Want als we 

  • drukte blijven vermijden
  • afstand blijven bewaren
  • en voldoende hygiëne in acht nemen,

dan blijft het virus onder controle en wordt er steeds meer wèl mogelijk. Dan kunnen we straks weer meer in de verzorgingshuizen op bezoek. Dan kunnen onze kinderen weer de hele week “gewoon” naar school. Dan kunnen we weer volop sporten. Dan kunnen we weer naar De Leest. Dan mag RKC weer een seizoen in de eredivisie voetballen…

Kortom dan kunnen we weer doen waar we als mensen voor gemaakt zijn: elkaar ontmoeten en ons verbinden.

En wanneer is dat dan precies?

Ik weet het echt niet. Dat hangt af van of we vol blijven houden. Vóór elkaar en mèt elkaar. Ik heb er vertrouwen in dat ons dat in Waalwijk gaat lukken. Niet voor niets zeggen we hier:

You’ll never Wolluk alone, maar dan wel op anderhalve meter afstand.

Laten we samen volhouden.