Sonnet uit het hart

Lopend door de straten van Waalwijks hart

Bekruipt mij een vreemd en leeg gevoel

Waar leegstand de eerdere glorie tart

Ontbreekt het de stad nu aan smoel


Waar ik ooit anoniem in de massa kon verdwijnen

In langzaam voortschuifelend publiek

En vrolijk gekwetter dat klonk als muziek

Staan nu lege winkels eenzaam weg te kwijnen


De tijden veranderen, de klok tikt genadeloos

Dat kan zelfs Sint Jan niet veranderen

En ik denk plots: wat oogt mijn stad weerloos


Het oude maakt overal altijd plaats, dat is zeker

Maar zie kille leegte eens als open ruimte, vol hoop

Dan is mijn Wolluk gelukkig nog een halfvolle beker

(winnende gedicht)