Fase 1: Vergunning

Voor de bouw van de windmolens wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. Onderdeel van de vergunningaanvraag is een ruimtelijke onderbouwing.  In de ruimtelijke onderbouwing staat een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het project. In de beoordeling wordt naar verschillende aspecten gekeken. Denk aan geluid, slagschaduw en flora en fauna.

Verder is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd.  Er wordt beoordeeld of er sprake is van (mogelijke)  nadelige gevolgen voor het milieu. Als deze gevolgen niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Er is een m.e.r. beoordelingsnotitie geschreven en de Omgevingsdienst Midden en West Brabant heeft hier een advies over uitgebracht. Meer informatie over de m.e.r.

Tijdens deze fase  worden de gevolgen van de windmolens voor omwonenden en de natuur  (geluid, veiligheid, slagschaduw, flora en fauna)  in kaart gebracht.

Bij de gemeente wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. De gemeente stelt eerst een ontwerp vergunning op en deze wordt zes weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze kenbaar te maken.

De definitieve vergunning wordt na vaststelling ook zes weken ter inzage gelegd. Op dat moment kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen de vergunning.