Een stadsdichter komt naar u toe deze lente
De Stadsdichter van over de kanaaldijk
Onze leider van het stadsrijk
Grote Nol van Waalwijk
Laat u groeten en mij
Niet met lege handen komen
En, wij zijn zo vrij,
Ik heb voor Heusden wat mee genomen ( strooien van paaseitjes )
Ik reik u de hand
Hier ben ik
Ik bied u mijn hand
Van over de overkant
Ik geef u mijn hand
Ik ben uw goede buur
Ik ben uw verre vriend
In deze ouwe boerenschuur
Wordt vriendschap verdiend
Ik werp u mijn hand
Vul’ m met bloemen of wijn
Laat ons goede naasten zijn
Laat ons buren als buren
Niet elkander begluren
Of misprijzend
Naar elkaar wijzen
2 stadjes met hun eigen
Bijzondere dingen
Dorpelingen, stedelingen
Wolluk is een stadje
Heusden een paar dorpen
Ik ben mijn hand
Ben hier geland
In Dwergonië
In the middle off
De koloniën
Waar ooit auto’s pronkten
Waar de geiten stonken
Waar jullie moeders
Touwtje sprongen
Waar jullie vaders
Jullie moeders hand bedongen
Ik kom u nader
Uit zo’n land kom ik ook
Zo anders als we zijn
We lijken op elkaar
Zo groot en zo klein
Zullen we blijven zijn
Dus kijken we niet raar
Naar ons hier
Of hullie daar
Nou is ’t klaar
Ik ontwaakte
En werd wakker
In Drunen
En sta nu
Arme stakker
Op de bühne
Ben op mijn hoede
Op mijn hoede
Op ongehoord Heusden
Zie 200 neuzen
De goeie kant
Opstaan
En het is niet niks want
We gaan voor uit
Één uur
De wereld achteruit
Wij een uur vooruit
Vooruit met de niks
De nieuwe riks
Ruilen met niks
Om niks
Heusden gaat vooruit